Jarenlang was het bijna vanzelfsprekend: wie wilde beleggen, kocht een ETF op de S&P 500 of investeerde in Amerikaanse techreuzen. De VS waren dé groeimotor van de beurs.
Maar in 2026 zien we een duidelijke verschuiving. Europese aandelen en obligaties winnen terrein. En dat is geen toeval.
Wat is er veranderd? En hoe kun je hier als particuliere belegger op inspelen?
De VS: sterk, maar duur en volatiel
De Amerikaanse economie blijft innovatief en krachtig. Grote bedrijven laten nog altijd indrukwekkende winsten zien. Toch is de beurs niet alleen een afspiegeling van winstgroei, maar ook van verwachtingen. En juist daar wringt het.
Amerikaanse aandelen zijn historisch hoog gewaardeerd. Dat betekent niet dat ze automatisch gaan dalen, maar het betekent wel dat er weinig ruimte is voor teleurstelling. Tegelijkertijd is de volatiliteit toegenomen. Bewegingen van meerdere procenten per week zijn geen uitzondering meer. Voor beleggers die gewend waren aan een vrijwel rechte lijn omhoog, voelt dat anders.
Voor Europese beleggers speelt bovendien de dollar een rol. Een zwakkere dollar kan het rendement in euro’s flink drukken, zelfs als de Amerikaanse beurs in lokale valuta stijgt. Dat maakt beleggen in de VS minder vanzelfsprekend dan de afgelopen tien jaar.
De Verenigde Staten zijn dus niet “oninteressant”, maar het eenzijdige overweight-scenario lijkt minder logisch dan voorheen.
Europa maakt een structurele inhaalslag
Waar de VS worstelt met hoge waarderingen en politieke onzekerheid, zien we in Europa een ander beeld ontstaan. Europese bedrijven laten weer winstgroei zien, terwijl de waarderingen gemiddeld lager liggen dan in Amerika. Dat betekent dat beleggers relatief minder betalen voor dezelfde winst.
Daarnaast zijn Europese markten de afgelopen periode stabieler geweest. Minder extreme koersbewegingen en een geleidelijk herstel van economische indicatoren geven vertrouwen. Vooral institutionele beleggers lijken kapitaal te verschuiven richting Europa. Zelfs een kleine herallocatie vanuit de enorme Amerikaanse markt kan een grote impact hebben op Europese aandelenkoersen.
Ook op obligatiegebied is Europa aantrekkelijker geworden. Waar jarenlang sprake was van extreem lage of zelfs negatieve rentes, bieden staats- en bedrijfsobligaties nu weer betekenisvol rendement. Duitse staatsobligaties leveren weer rond de 3 à 3,5 procent op, Italiaanse staatsleningen zelfs meer. Voor beleggers die stabiliteit zoeken naast aandelen, is dat relevant.
Het gevolg is geen massale “Sell America”-beweging, maar wel een duidelijke heroverweging van de balans.
Hoe speel je hier als particuliere belegger op in?
Voor particuliere beleggers betekent dit vooral dat geografische spreiding opnieuw aandacht verdient. In plaats van volledig leunen op Amerikaanse ETF’s, kan het logisch zijn om Europese posities uit te breiden.
Dat kan relatief eenvoudig via Europese ETF’s die brede indices volgen, zoals de Stoxx Europe 600 of specifieke Eurozone-indices. Ook dividendgerichte Europese ETF’s winnen aan populariteit, zeker bij beleggers die naast groei ook inkomsten zoeken.
Wie zelf wil beleggen en toegang wil tot Europese beurzen zoals Euronext, Xetra of andere internationale markten, kan terecht bij brokers zoals Freedom24 of DEGIRO. Beide bieden toegang tot een breed scala aan Europese aandelen en ETF’s. Freedom24 onderscheidt zich met een groot internationaal aanbod en toegang tot meerdere wereldwijde beurzen, terwijl DEGIRO vaak wordt gekozen vanwege de scherpe tarieven en eenvoud.
Wie zelf wil beleggen en toegang wil tot Europese beurzen, kan dit doen via een online broker. Lees hier meer over zelf beleggen en welke partijen toegang bieden tot internationale markten.
Voor beleggers die meer richting obligaties willen bewegen, zijn er meerdere routes. Je kunt kiezen voor obligatie-ETF’s, maar bij sommige brokers is het ook mogelijk om individuele Europese bedrijfsobligaties te kopen. Dat vergt meer kennis, maar biedt meer directe controle over looptijd en coupon.
Daarnaast zijn er alternatieve platforms zoals Mintos, waar beleggers kunnen investeren in gestructureerde leningen en bedrijfsfinancieringen binnen Europa. Dat valt in een andere risicocategorie dan beursgenoteerde obligaties, maar past wel binnen het bredere thema van rendement zoeken buiten de VS.
Is dit het einde van Amerikaanse dominantie?
Waarschijnlijk niet.
De VS blijft de grootste kapitaalmarkt ter wereld en huisvest veel van de meest innovatieve bedrijven. Technologie, AI, biotech en platformbedrijven blijven belangrijke groeimotoren. Het is dus geen kwestie van “alles verkopen en Europa kopen”.
De verschuiving zit subtieler. Waar beleggers jarenlang bijna automatisch overwogen waren in de VS, ontstaat nu ruimte voor herweging. Een iets hogere allocatie naar Europese aandelen. Iets meer focus op Europese obligaties. Iets minder afhankelijkheid van de dollar.
En juist die kleine verschuivingen kunnen op lange termijn een groot verschil maken in risico en rendement.
Wat betekent dit concreet voor jouw portefeuille?
Voor Nederlandse beleggers kan 2026 het jaar zijn waarin balans belangrijker wordt dan hype. Een portefeuille die uitsluitend uit Amerikaanse tech bestaat, is kwetsbaarder dan een portefeuille die geografisch en qua activaklasse is gespreid.
Europa biedt momenteel lagere waarderingen, aantrekkende winstgroei en aantrekkelijker obligatierendementen. Dat maakt het een logische aanvulling op Amerikaanse posities, niet per se een vervanging.
Wie zelf actief keuzes wil maken, kan via internationale brokers eenvoudig Europese ETF’s en aandelen toevoegen. Wie meer richting renteproducten wil kijken, kan obligaties of alternatieve kredietplatforms onderzoeken. Maar zoals altijd geldt: rendement komt met risico, en spreiding is geen garantie, maar wel een buffer.
Veel beleggers kiezen voor brede Europese ETF’s die indices volgen zoals de Stoxx Europe 600. Bekijk ook onze uitleg over ETF’s en indexbeleggen.
De echte vraag in 2026 is dus niet: VS of Europa?
De vraag is: hoeveel van elk past bij jouw risicoprofiel en doelstelling?

